U bent hier

daglicht

Een goede daglichttoetreding maakt een ruimte niet enkel aangenaam, maar draagt ook bij tot de gezondheid en welzijn van de gebruikers.

Instrument Duurzame Scholenbouw: Uit onderzoek blijkt dat er een hoge correlatie bestaat tussen de aanwezigheid van daglicht en de leerprestaties van studenten. Daglicht maakt de binnenruimte attractiever en levendiger en zorgt bij goede controlemechanismen voor een beperking van het energieverbruik voor kunstverlichting. (Pacific Gas and Electric Company, Daylighting in Schools, An investigation into the Relationship between day lighting and Human Performance, 1999)

Voldoende daglicht draagt ook bij tot een duurzaam ontwerp, met zowel ecologische als economische voordelen. Goede daglichttoetreding houdt ook rekening met oververhitting en verblinding.
 

Hoeveel daglicht moet je voorzien?

De daglichtfactor (DF) drukt de hoeveelheid daglicht in een binnenruimte uit. Het is de verhouding van het daglicht dat invalt op een punt van een horizontaal vlak in een gebouw, tot het daglicht op een punt buiten het gebouw op een open plaats bij een bewolkte hemel waarin directe zon geen rol speelt. Hierbij worden beide verlichtingssterkten op hetzelfde moment gemeten. Met andere woorden: de daglichtfactor geeft de verhouding weer tussen de verlichtingssterkte buiten en op een bepaalde plaats binnen. Met de daglichtfactor kan men het daglicht in gebouwen karakteriseren en vergelijken, onafhankelijk van hun geografische ligging, de oriëntatie van de openingen en het absolute verlichtingsniveau.

De publicatie "Licht in Scholen - Van Beginner tot Expert" (p.34) geeft volgende percentages:

daglicht.png

In het Instrument Duurzame Scholenbouw wordt het volgende meegegeven:

  • voor klaslokalen is een gemiddelde daglichtfactor van 3% aangeraden. Dit is meestal haalbaar met ramen aan één zijde van het lokaal.
  • kunstverlichting tijdens de dag hoeft bijna niet ingeschakeld te worden als de gemiddelde daglichtfactor in de ruimte hoger is dan 5%. Vaak zal hiervoor daglichttoetreding van meer dan 1 kant nodig zijn.
  • speciale vaklokalen waar extra daglichtvereisten zijn, zoals tekenklassen of technische ateliers, kunnen een hogere daglichtfactor tot ongeveer 10% nodig hebben.

De gemiddelde daglichtfactor doet geen uitspraak over de kwaliteit van de spreiding van het licht over de hele klasruimte. Kijk daarom ook naar de minimale daglichtfactor over de punten op een werkvlak. Een diep lokaal met éénzijdig daglicht zal aan de kant van de muur t.o.v. het raam al snel veel te donker zijn.

Daglichttoetreding kan gestimuleerd worden met software. Je kan opteren voor een eenvoudige simulatie of uitvoerige berekening. Meer informatie over de voorspelling van daglichttoetreding kan u vinden in een artikel van het WTCB.

Ontwerpaanbevelingen voor daglicht en beheersing van zonnestraling

Oriëntatie en ligging

  • Een noord-zuid oriëntatie blijkt het eenvoudigst om volop van daglicht te profiteren zonder teveel lichthinder van laagstaande zonnestralen.
  • Voorzie (interne en externe) zonwering in alle lokalen waar verblinding of oververhitting mogelijk is. Dit kan bijvoorbeeld met een vast gevelelement zoals een luifel of dakoversteek, of met een regelbare zonwering. De schaduwwerking van naburige gebouwen of bomen beïnvloeden de hoeveelheid daglicht dat kan binnenvallen uiteraard ook.

Planschikking

Ruimtes met hoge gevoeligheid voor schaduwval en verblinding worden best naar het noorden georiënteerd. Plaats bijvoorbeeld tafels en borden zodat leerlingen niet in hun eigen schaduw zitten bij het schrijven. In ruimtes met een standaardhoogte, bevinden werktafels zich best binnen de 6m van de ramen.
 

Ramen

De grootte van de raamopeningen hangt van een aantal ontwerpfactoren af, maar in het bijzonder van de afmetingen van de ruimte. Twee grootheden karakteriseren de grootte :

  • gerelateerd aan de geveloppervlakte, de 'window-to-wall-ratio' (WWR). De WWR-richtwaarde voor de minimale grootte voor een raam in een lokaal met visueel comfort op basis van daglicht bedraagt 30%, bij een lager percentage komt er niet voldoende daglicht de ruimte binnen, bij een hogere waarde is verblinding een risico.
  • gerelateerd aan de vloeroppervlakte; 'window-to-floor-ratio' (WFR) Voor de WFR ligt de richtwaarde tussen de 10 en 20%.

Vermijd ook donkere zones in het gebouw door interne ramen te plaatsen tussen een lokaal en een gang of gebruik te maken van daklicht door sheddaken of lichtkoepels. Dit laatste kan ook handig zijn in ruimtes die gevoelig zijn aan verblinding zoals technische werkplaatsen.
 

Lichtreflectie

Zowel gevelelementen als de keuze van binnenafwerking kan zorgen voor extra lichtreflectie, bijvoorbeeld witte muren of lichtreflecterende plafonds. De mate van reflectie van materialen wordt uitgedrukt met een reflectiecoëfficiënt. Een aandachtspunt is wel dat (te) veel lichtreflectie ook heel belastend kan zijn voor de gebouwgebruikers, dus ga goed na wat het effect is van de materiaalkeuzes die gemaakt zijn (bv. kleur en afwerking van tafels).
 

Type glas

Elke glassoort heeft een LT-waarde, of een lichttransmissiefactor. De LT-waarde drukt het aandeel direct doorgelaten licht voor loodrecht invallen straling uit, en wordt uitgedrukt in procent. Voor scholen wordt een minimum LT-waarde van 70% vooropgesteld.

Meer weten?