U bent hier

speelplaatsen

Speelplaatsen zijn een belangrijke speelplek voor kinderen, of een rust- en hangplek voor jongeren. Buitenruimten worden ook meer en meer actief ingezet in het lesgebeuren: een buitenklas, een moestuin, dieren op school enz. Scholen hebben, al dan niet via hun MOS-beleid, speelplaatsen deels omgevormd tot groenere plekken. Zo krijgt groen en milieueducatie naast de traditionele verharde speelplaats voor sport en spel, ook ruimte .

Wat zijn de voordelen van een aangename speelplaats en een goed speelplaatsbeleid?

  • minder conflicten tussen leerlingen,
  • een betere gezondheid,
  • een hogere concentratie bij de kinderen
  • de ideale plaats voor het ontwikkelen van sociale vaardigheden
  • ruimte om te bewegen, creatief te zijn, te experimenteren en te ontdekken
  • voor sommige kinderen die opgroeien in een stedelijke omgeving met een hoge bebouwingsdichtheid vaak de enige plaats waar ze zich ten volle kunnen uitleven in een beschermde buitenomgeving.

Oppervlakte voor speelplaatsen

Hierover bestaat geen wettelijk kader. Toch is het voorzien van voldoende buitenruimte sterk aan te raden want onderzoek toont aan dat waar kinderen te weinig speelruimte ter beschikking hebben tijdens speeltijden, het aantal conflicten en pestgedrag toeneemt.

Op basis van een literatuurstudie kunnen volgende oppervlakten worden aangeraden:

  • Buitengewoon onderwijs: 8 - 10 m²/leerling met maximum 1,8 m²/leerling overdekt
  • Basisonderwijs: 8 - 10 m²/leerling met maximum 1,2 - 1,8 m²/leerling overdekt
  • Secundair onderwijs: minimaal 4 m²/leerling met maximum 1,2 – 1,8 m²/leerling overdekt

Minimaal wordt er aangeraden om  6 m²/leerling aan buitenspeelruimte te voorzien voor het buitengewoon en basisonderwijs..

De fysische norm doet uitspraak over de maximaal subsidiabele oppervlakte voor verharde speelplaats en het aandeel daarvan dat overdekt kan worden. Andere omgevingswerken, zoals de aanleg van een niet-verharde groenzone, zijn als niet-genormeerde omgevingswerken ook subsidiabel. In de rubriek “omgevingswerken” vind je meer informatie. 

Groenruimte, speelmogelijkheden en inrichting

Naast de oppervlakte dragen een groenruimte, speelmogelijkheden en de inrichting bij tot de kwaliteit van de speelplaats.

Natuur en groen kan op verschillende manieren geïntegreerd worden. Het zorgt voor variatie voor de leerlingen en educatieve mogelijkheden, maar het heeft ook een positieve invloed op de ecologie en duurzaamheid. Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen drie soorten groenruimten:

  • een intensieve groene zone (puur natuur met bomen, planten,…),
  • een groene educatieve speelruimte (bijvoorbeeld een moestuin, kippenren, maar ook een grasveld met speeltuigen)
  • een groene verharde speelplek (zoals grasdallen als verharde bedekking of bomen en struiken integreren) . 

Variatie is het sleutelwoord bij de inrichting van de speelplaats. Dit kan voorzien worden bij de keuze van de ondergrond (verharding, onverhard), reliëf, toestellen… Zo krijgt ieder kind zijn plekje op de speelplaats, want er zijn leerlingen die zich graag actief willen uitleven tijdens de speeltijd en leerlingen die juist tot rust willen komen. Denk hierbij ook aan de leerlingen die minder mobiel zijn. Door ervoor te zorgen dat iedereen zich op zijn manier kan ontspannen, zal er minder verveling en negatief gedrag zijn. De leerlingen kunnen daarna de lessen meer ontspannen hervatten.

Hoewel de speelplaats een ruimte hoort te zijn waar de leerlingen zich moeten kunnen uitleven, zal er ook gedacht moeten worden aan de veiligheid. Lees hierover meer in de rubriek veiligheid speeltoestellen. Daarnaast moet men ook rekening houden met de Gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater (en sommige gemeentelijke of provinciale reglementeringen), waardoor in bepaalde gevallen (o.a. bij de (her)aanleg van verhardingen) een minimum infiltratieoppervlakte nodig kan zijn.

Onderzoek ook of de open ruimte meervoudig gebruikt kan worden, zodat (een deel van) de speelplaats bijvoorbeeld ook 'buurtplein' wordt en een sociale functie in de wijk kan krijgen. Op die manier wordt de schaarse ruimte dubbel gebruikt. Goede afspraken rond beheer en onderhoud zijn hierbij belangrijk.

Meer weten?

  • Instrument voor Duurzame Scholenbouw: Het IDS bevat onder andere ontwerprichtlijnen voor speelplaatsen zoals oppervlakte, oriëntatie, vorm, afmetingen  en informatie over verschillende groenruimten.
  • Publicaties Kind en samenleving: Op de website vind je allerlei publicaties terug zoals De Speeltijd en Pic2school.
  • vzw Springzaad.be: Dit is een open netwerk waarin iedereen welkom is die meer ruimte wil scheppen voor natuur, kinderen en jongeren.
  • Informatiefiche van IDEWE: fiche over 'De veiligheid van speelterreinen en speeltoestellen'.
  • Brochure "Schools for the Future - Designing schoolgrounds” (UK).
  • Werkboek ‘Vergroening van de schoolomgeving’ van Velt en WWF.
  • Schoolvoorbeelden: Op de website www.scholenbouwen.be kan u doorklikken naar schoolvoorbeelden en filteren op onder andere speelplaatsen.
  • Kennispunt AGION:
    • Peter Dekeyzer, De Schoolspeelplaats, Speelse ideeën en adviezen voor een concrete aanpak, Uitgeverij Garant. (Kind en Samenleving, Ruimtecel).
    • Frank Studulski en Kees Both, De brede school en groene speelruimte. Een korte handreiking. Sardes. (ook online te raadplegen)
    • Willy Leufgen en Marianne van Lier, Vrij Spel voor Natuur en Kinderen, Uitgeverij Jan Van Arkel
    • Pimp je speelplaats, Een toekomstvisie op schoolspeelplaatsen: Groen, gezellig en avontuurlijk!, 2017, Politeia. (Ook online aan te kopen)