selectie van de dossiers

De raad van bestuur van AGION selecteert de aanvragen en bepaalt de rangschikking van de aanvragen op basis van zeven selectiecriteria. Deze criteria zijn vastgelegd in een besluit van de Vlaams Regering.

Op alle criteria samen kan een aanvraag maximaal 80 punten behalen. Om geselecteerd te worden moet het dossier een minimumscore behalen van 40 punten over alle criteria heen.

De criteria gelden als selectiecriteria: er worden geen aanvragen geweigerd die op één of meerdere criteria nul punten zouden scoren.

Gebruik dit sjabloon voor de motivatie van de selectiecriteria. Beperk de motivatie per criterium tot maximaal 1 pagina, excl. bijlagen om de motiveringsnota te verduidelijken (bv. fotomateriaal).

Zorg voor volledige en grondig onderbouwde motiveringen.

Let op! 

Het is niet mogelijk om de motiveringsnota na indiening aan te vullen of aan te passen, ook niet bij onduidelijkheden of tegenstrijdigheden. AGION vraagt hierover geen bijkomende toelichting. 

  • AGION beoordeelt alleen de inhoud van de ingediende aanvraag.
  • Motiveringen moeten duidelijk, samenhangend en projectgericht zijn.
  • Vermijd algemene of niet-onderbouwde motiveringen. 

 

Zeven selectiecriteria 

Elk criterium levert een aantal punten op. 

  1. De dwingende behoefte aan onderwijshuisvesting – 10 punten
  2. De kostenefficiëntie van het project – 5 punten
  3. De huurtermijn en hoe het project past in de langetermijnvisie van het school- of centrumbestuur op de infrastructuur – 15 punten
  4. De duurzaamheid van het project – 10 punten
    Onder andere volgende aspecten worden bekeken
    1. Toegankelijkheid
    2. energiecertificering
    3. de ecologische componenten
    4. de verhouding tot de beschikbare ruimte
  5. De brede inzetbaarheid en het multifunctionele karakter van de te huren infrastructuur – 15 punten
  6. De mate waarin het school- of centrumbestuur een subsidieaanvraag bij AGION heeft ingediend in het kader van een langetermijnoplossing voor de infrastructuur op de vestigingsplaats, waarbij wordt gekeken naar de datum van indiening van de subsidieaanvraag – 10 punten
  7. de mate waarin het project extra capaciteit genereert op het grondgebied van een onderwijszone of (fusie)gemeente waar er een grote nood is aan de uitbreiding van de onderwijscapaciteit  en waar tegemoetgekomen wordt aan de schoolkeuze – 15 punten.

 

Toelichting bij de selectiecriteria

1. De dwingende behoefte aan onderwijshuisvesting (0–10 punten)

Dit criterium beoordeelt hoe dringend de huisvestingssituatie is.

Motiveer de verschillende elementen die het dwingende karakter aantonen: 

  • de bouwkundige staat van de huidige infrastructuur;
  • het dwingend karakter (zoals bijvoorbeeld het einde van een huursituatie, het verplicht verlaten van het gebouw …);
  • wat de verhouding is tussen de bestaande bruto-oppervlakte en de fysische norm van de betrokken vestigingsplaats;
  • de eventuele opportuniteit omwille van het unieke karakter dat zich voordoet en een beperkte problematiek over de bouwkundige staat en/of huisvestingsbehoefte. 

Hoe groter de nood en hoe dwingender de situatie, hoe hoger de score. Een project zonder dringendheid of zonder opportuniteit scoort geen punten. 

2. De kostenefficiëntie van het project (0–5 punten)

U kan de kostenefficiëntie aantonen door de kostprijs van de huur en de te huren bruto-oppervlakte. 

Motiveer: 

  • de verhouding tussen de huurprijs per bruto gehuurde m² per jaar en de huurnorm (maximaal subsidiabele huurprijs).

Hoe kostenefficiënter het project, hoe hoger de score. Een project dat niet kostenefficiënt is, scoort geen punten. 

3. De huurtermijn en langetermijnvisie van het project (0–15 punten)

Dit criterium beoordeelt de duur van de huur en of de betrokken vestigingsplaats een duidelijke langetermijnvisie  voor infrastructuur heeft. 

Motiveer: 

  • de duur van huurperiode;
  • de langetermijnvisie, bijvoorbeeld via een beschrijving van de plannen na de huurperiode of een uiteenzetting van het ruimer huisvestingsplan voor de betrokken vestigingsplaats waarbinnen het huursubsidieproject past. 

Langere huurtermijnen, gecombineerd met een uitgewerkte visie, leveren meer punten op. Een project met een zeer korte huurperiode en zonder duidelijke langetermijnvisie scoort geen punten. 

4. De duurzaamheid van het project (0–10 punten)

Voor de beoordeling voor dit criterium wordt rekening gehouden met alle onderstaande elementen. Voor dit criterium moet u verplicht een grondplan toevoegen, met minstens een schaal (bv. 1/200), een noordpijl en van elke duidelijk te onderscheiden ruimte de functie en de oppervlakte. 

Motiveer: 

  • de toegankelijkheid: de aandacht voor drempel- en obstakelvrije toegangs- en looproutes, de aandacht voor horizontale circulatie en niveauverschillen binnen het aangepast sanitair en/of aangepaste kleedkamer.
  • de energieprestatie: het bouwjaar van het gehuurde gebouw, het E-peil van het gebouw of EPC label van het niet-residentieel gebouw.
  • de ecologische componenten: het gebruik van hernieuwbare energie, het hergebruik van water, het gebruik van milieuvriendelijke materialen.
  • de verhouding tot de beschikbare ruimte: bestaand(e) gebouw(en) of hernieuwbouw, terreinbezetting. 

Tip: verwijs hiervoor bijvoorbeeld naar GRO-criteria, over energie, gezond bouwen, sociale en functionele kwaliteiten, circulair bouwen en/of water.

Hoe duurzamer het project, hoe hoger de score. Een niet-duurzaam project of projecten met summiere plannen of vage intenties scoren geen punten. 

5. De brede inzetbaarheid en multifunctionaliteit van het project (0–15 punten)

Dit criterium bekijkt het buitenschools en gedeeld gebruik van de infrastructuur.  

Gaat u een samenwerking aan met derden, voeg dan een engagementsverklaring van deze structurele of occasionele samenwerking toe (bv. een intentieverklaring door alle partijen ondertekend). 

Motiveer: 

  • het aantal uren buitenschoolse bezetting per jaar van de te huren infrastructuur
  • de visie rond brede school 

Projecten met een zeer uitgebreide voorziene multifunctionaliteit, krijgen de hoogste score. Projecten waarbij geen multifunctionaliteit is voorzien, scoren geen punten. 

6. Bestaande subsidieaanvraag in het kader van een langetermijnoplossing voor de infrastructuur op de vestigingsplaats (0–10 punten)

De beoordeling verschilt naargelang het onderwijsnet, maar focust op:

  • de inschrijving op de wachtlijst als er een wachtlijst is;
  • de concrete stappen voor een duurzame oplossing die al zijn gezet.

Vrij onderwijs 

Voor het vrij onderwijs wordt bij de beoordeling nagegaan in welke mate het huursubsidiedossier (volledig of gedeeltelijk) een invulling vormt van een dossier dat op de wachtlijst staat voor een langetermijnoplossing van de infrastructuur op de betrokken vestigingsplaats.

Daarbij wordt gekeken naar 

  • de inschrijvingsdatum van het dossier op de wachtlijst en
  • het aantal vierkante meters dat wordt ingevuld. Bij eventuele goedkeuring van het huursubsidiedossier zullen deze vierkante meters worden geschrapt.

Motiveer: 

  • welk wachtlijstdossier wordt ingevuld met het huursubsidiedossier;
  • of het gaat om een volledige dan wel een gedeeltelijke invulling
  • het aantal vierkante meters dat wordt ingevuld.  

Een oud wachtlijstdossier dat volledig wordt ingevuld, scoort het hoogst. Geeft de huursubsidieaanvraag geen invulling aan een wachtlijstdossier of is er geen wachtlijstdossier voor de betrokken vestigingsplaats, dan scoort het project geen punten voor dit criterium. 

Bij goedkeuring van de huursubsidieaanvraag die een volledige invulling  vormt van één of meerdere wachtlijstdossiers, zal AGION het (de) wachtlijstdossier(s) schrappen. 
Gaat het om een gedeeltelijke invulling van een wachtlijstdossier, dan brengt AGION de gehuurde gebouwoppervlakte van het huurdossier vermenigvuldigd met de bruto financiële huurnorm (euro/m²) in mindering van de netto-bouwkost van (een deel van) dat wachtlijstdossier. 

Gemeentelijk onderwijs, met uitzondering van deeltijds kunstonderwijs

Voor het gemeentelijke onderwijs, met uitzondering van de vestigingsplaatsen voor het deeltijds kunstonderwijs, telt de inschrijvingsdatum van een dossier op de wachtlijst als criterium. 

Motiveer: 

  • welk dossier op de wachtlijst wordt ingevuld met het huursubsidiedossier. 

Een oud wachtlijstdossier scoort het hoogst. Is er geen wachtlijstdossier voor de betrokken vestigingsplaats, dan scoort het project geen punten voor dit criterium. 

Provinciaal onderwijs en gemeentelijk deeltijds kunstonderwijs

Voor het provinciaal onderwijs en voor de vestigingsplaatsen van het deeltijds kunstonderwijs van het gemeentelijk onderwijs wordt bij de beoordeling rekening gehouden met de mate waarin al concrete stappen zijn gezet in het kader van een langetermijnoplossing voor de infrastructuur op de vestigingsplaats, omdat hier geen wachtlijst bestaat. 

Motiveer: 

  • de stappen die al zijn gezet richting een infrastructuuroplossing;
  • de visie met betrekking tot de langetermijnoplossing en de mate waarin daaraan al invulling is gegeven;
  • een eventueel traject dat al is doorlopen;
  • de genomen formele beslissingen en de goedkeuringen voor de realisatie van het project. 

Projecten met concrete gezette stappen in het kader van een langetermijnoplossing voor de infrastructuur op de vestigingsplaats, scoren het hoogst. 
Projecten zonder geleverde inspanningen of zonder uitgewerkte visie of onderbouwd traject naar  een langetermijnoplossing voor de infrastructuur op de vestigingsplaats, scoren geen punten voor dit criterium. 

7. De realisatie van extra capaciteit (0–15 punten)

Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met 

  • de ligging van de vestigingsplaats in een (fusie)gemeente of onderwijszone met een te verwachten capaciteitstekort volgens de capaciteitsmonitor 2024 en
  • hoeveel extra capaciteit het huursubsidieproject kan realiseren. 

Voor de CLB’s en de leersteuncentra wordt specifiek gekeken naar de uitbreiding van de bestaande bruto-oppervlakte voor het betrokken centrum. Daarbij wordt rekening gehouden met de maximale bruto-oppervlakte die in aanmerking komt voor subsidiëring (fysische norm) en met de bruto-oppervlakte van het te huren gebouw.

Motiveer: 

  • de mate waarin het huursubsidieproject extra capaciteit realiseert;
  • hoeveel extra plaatsen worden voorzien ten opzichte van het huidige leerlingenaantal van de betrokken vestigingsplaats. 

Projecten voor het basis- of secundair onderwijs gelegen in een voormelde (fusie)gemeente of onderwijszone, die extra plaatsen voorzien, scoren het hoogst. Projecten waarbij de uitbreiding niet wordt gemotiveerd of waarvoor uit beschikbare documenten geen capaciteitsuitbreiding af te leiden is, scoren geen punten.