NBN EN 12464-1 is de Europese norm die de eisen vastlegt voor de verlichting van binnenwerkplekken om optimale visuele prestaties, comfort en veiligheid te waarborgen. De norm richt zich vooral op werkplekken in kantoren, industrie, onderwijs, zorginstellingen en andere binnenruimtes.
De norm focust o.a. op onderstaande aspecten:
- Verlichtingssterkte (lux): Er worden minimale verlichtingsniveaus voorgeschreven, uitgedrukt in lux (lx), afhankelijk van het soort taak en de visuele eisen.
- Uniformiteit: De norm schrijft voor dat de verlichting gelijkmatig verdeeld moet zijn, zodat er geen sterke contrasten of donkere zones ontstaan.
- Verblinding: Directe of reflecterende verblinding moet worden beperkt, zodat de ogen niet onnodig worden belast en concentratie behouden blijft. De norm maakt gebruik van de UGR-waarde (Unified Glare Rating) om de mate van verblinding te kwantificeren. Hoe lager de UGR-waarde, hoe minder verblinding.
- Kleurweergave: De norm stelt eisen aan de kleurweergave-index (CRI) van het licht om te zorgen dat kleuren natuurgetrouw worden weergegeven, wat belangrijk is voor bijvoorbeeld visuele inspectie of medische toepassingen.
- Kleurtemperatuur: De norm geeft richtlijnen over de kleurtemperatuur (in Kelvin). De kleurtemperatuur bepaalt of het licht warm (<3300 K) of koel (>5300 K) aanvoelt.
- Flikkering en stroboscopische effecten: Armaturen en lichtbronnen moeten zodanig ontworpen en aangestuurd zijn dat ze geen waarneembare flikkering veroorzaken. Stroboscopische effecten moeten vermeden worden.
NBN EN 12464-2 is de Europese norm die richtlijnen geeft voor de verlichting van buitenwerkplekken, zoals wegen, parkeerterreinen, industrieterreinen, laad- en losplaatsen en andere buitenruimtes waar mensen werken of activiteiten uitvoeren.
De norm gaat o.a. dieper in op onderstaande principes:
- Verlichtingsniveaus: De norm specificeert minimale verlichtingssterktes afhankelijk van het soort buitenwerkplek en de uit te voeren taken, om veiligheid, zichtbaarheid en efficiëntie te waarborgen.
- Uniformiteit: Er wordt aandacht besteed aan een gelijkmatige lichtverdeling om scherpe schaduwen of donkere plekken te vermijden, wat de veiligheid en het comfort verhoogt.
- Verblinding en lichtvervuiling: De norm benadrukt het beperken van verblinding en lichtvervuiling, bijvoorbeeld door juiste positionering en afscherming van armaturen, om hinder voor mensen, verkeer en omgeving te minimaliseren.
- Kleurweergave: Hoewel minder strikt dan binnenverlichting, wordt ook hier aandacht besteed aan een goede kleurweergave voor visuele herkenning en veiligheid.
- Weerbestendigheid en robuustheid: Armaturen moeten bestand zijn tegen weersinvloeden en voldoen aan een IP-klasse (bescherming tegen stof en vocht) en/of IK-klasse (mechanische impactbestendigheid).
De NBN EN 17037 is een Europese norm die richtlijnen geeft voor daglicht in gebouwen. Ze is sinds 2019 van kracht en vervangt oudere bepalingen die vooral gericht waren op minimale raamoppervlakken. Deze norm legt meer nadruk op kwaliteit van daglicht en het welzijn van gebruikers.
De norm is opgebouwd rond vier hoofdonderwerpen:
- Daglichttoetreding: Een van de belangrijkste doelen van de norm is ervoor zorgen dat binnenruimten voldoende natuurlijk licht ontvangen. In plaats van enkel te kijken naar de grootte van het raamoppervlak, wordt gewerkt met een prestatiegerichte aanpak. Dit gebeurt aan de hand van (vereenvoudigde) berekeningen die aangeven hoeveel licht er in een ruimte valt gedurende een jaar. De daglichtfactor (DF) geeft (in procenten) aan hoeveel licht er via een daglichtopening een ruimte binnenkomt.
- Uitzicht naar buiten: Naast voldoende licht is ook het visuele contact met de buitenwereld van belang. De norm benadrukt dat een goed uitzicht bijdraagt aan het comfort van de gebruiker, het gevoel van opgeslotenheid vermindert en het algemeen welzijn bevordert. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de grootte van het raam, maar ook naar de kwaliteit van het uitzicht, zoals zicht op natuurlijke elementen, openheid en afstanden.
- Blootstelling aan zonlicht: Blootstelling aan zonlicht is belangrijk voor het welzijn van de mensen. Gedurende een aantal uren per dag moeten ruimtes zonlicht kunnen ontvangen. De norm biedt een benadering om de minimale tijdsduur voor blootstelling aan zonlicht te bepalen. Er is ook aandacht voor oververhitting.
- Beperking van verblinding: Te veel of verkeerd binnenvallend daglicht kan leiden tot verblinding, wat storend is, zeker in klaslokalen. De norm biedt methodes om de kans op verblinding te beoordelen, zoals de Daylight Glare Probability (DGP). Door gebruik te maken van zonwering of doordachte raamoriëntatie kan men verblinding beperken zonder het daglichtcomfort te verliezen.