Sterft geluid snel uit, of blijft het lang nagalmen? Gaat het geluid gemakkelijk over naar een naburige ruimte, of wordt het net sterk gedempt? Komt omgevingsgeluid of straatlawaai gemakkelijk de ruimte binnen, of hoor je er nauwelijks iets van? Dit alles wordt bepaald door de wijze waarop een ruimte gebouwd en ontworpen is.
Geluid manifesteert zich als trillingen die zich voortplanten door de lucht. De sterkte van het geluid, of het geluidsdrukniveau, wordt uitgedrukt in decibel (dB). De decibel volgt een logaritmische schaal, die is afgestemd op de gevoeligheid van ons gehoor. Het geluidsdrukniveau kan gemeten worden met een decibelmeter.
Geluidsdrukniveaus in een relatief stille ruimte schommelen typisch tussen 35dB en 50dB. Bij een normaal gesprek op 1m afstand heeft het geluidsdrukniveau een waarde die schommelt rond 60dB. Nog hogere niveaus zien we bij wegverkeer (65-80dB) en (rock)concerten (90-100dB). Het menselijk gehoor kan geluidstrillingen met een frequentiebereik van 20 Hz tot 20000 Hz (20 kHz) waarnemen.
Omdat geluid gebaseerd is op trillingen, speelt in gebouwen de voortplanting van die trillingen in de structuur van het gebouw (muren, vloeren, plafonds, …) een belangrijke rol. Als iemand op de vloer stapt of er worden tafels en stoelen verplaatst dan ontstaat er in de vloer een trilling. Deze trilling kan zich doorheen de vaste structuur van het gebouw voortplanten en zo ook in een andere ruimte een geluidsgolf produceren. Dit is contactgeluid.
Ook zonder contact met de structuur van het gebouw kunnen geluidsgolven zich via de wanden, vloeren en plafonds voortplanten. Denk maar aan het geluid van een televisietoestel of geluidsinstallatie dat zich van de ene ruimte, door de muren heen, naar een andere ruimte voortplant. Dit is luchtgeluid.
Naast de voortplanting van geluid doorheen de structuur van een gebouw wordt de ervaring van de akoestiek in een ruimte ook sterk bepaald door de akoestische eigenschappen van de gebruikte afwerkingsmaterialen en het meubilair. Geluidsgolven interageren met de wanden, plafond en vloer van de ruimte, maar ook met verschillende aanwezige elementen zoals kasten, tafels, stoelen en gordijnen. Terwijl harde materialen, zoals glazen wanden en muren de geluidsgolven grotendeels reflecteren, zullen zachte materialen zoals tapijten of gordijnen deze geluidsgolven deels absorberen. Afhankelijk van de geometrie van de ruimte en de akoestische eigenschappen van de gebruikte materialen, zal een geluid ofwel langer aanwezig blijven in de ruimte ofwel sneller uitsterven. De snelheid waarmee het geluid uitsterft bepaalt de nagalmtijd van een ruimte. In een ruimte met hoge nagalmtijden duurt het langer voor geluid uitsterft en is het vaak heel moeilijk om een gesprek te voeren. Soms kan een hoge nagalmtijd net wenselijk zijn, zoals in een concertzaal of theater.
Tot slot is er nog het geluid van allerhande technische installaties, het zogenaamde installatielawaai. Het geluid van ventilatiesystemen, verwarming of koelsystemen kan erg aanwezig zijn in een ruimte en soms als storend ervaren worden.
De performantie van alle verschillende akoestische deelaspecten bepaalt het akoestisch comfort van een ruimte.