De Europese norm NBN-EN-ISO 7730 behandelt de ergonomie van de thermische omgeving en biedt richtlijnen voor het beoordelen van thermisch comfort in binnenruimten.
- Beoordeling van thermisch comfort: De norm definieert methoden voor het bepalen van het thermisch comfort van een ruimte, met behulp van de Predicted Mean Vote (PMV) en Predicted Percentage of Dissatisfied (PPD). Deze indicatoren worden gebruikt om te voorspellen hoe tevreden gebruikers zijn met het thermisch binnenklimaat, gebaseerd op meetbare omgevingsfactoren en persoonlijke kenmerken.
- Omgevingsparameters: De norm beschrijft de belangrijke omgevingsparameters die het thermisch comfort beïnvloeden, zoals luchttemperatuur, gemiddelde stralingstemperatuur, relatieve luchtvochtigheid en luchtsnelheid.
- Persoonlijke factoren: Er wordt in de norm rekening gehouden met persoonlijke factoren zoals kleding (warmteweerstand, gemeten in clo-waarde) en activiteitsniveau (metabolisme, gemeten in met-waarde).
- Comfortcriteria: De norm stelt grenzen voor wat als "comfortabel" wordt beschouwd. Ideaal is de PMV score 0 of neutraal. Er is dan een thermisch evenwicht van het menselijk lichaam. Omdat een neutrale omgeving niet constant mogelijk is, is het aanbevolen de temperatuurbeleving tussen +0.5 en -0.5 te houden. Voor wat de PPD-score betreft is het een goed uitgangspunt te streven naar een comfortniveau waarbij minder dan 10% van de mensen een thermisch onbehagen ervaart.
Samengevat biedt de NBN-EN-ISO 7730 een systematische benadering voor het meten, berekenen en evalueren van thermisch comfort in binnenruimten, met specifieke focus op het verkrijgen van gegevens die de tevredenheid van de gebruikers over het thermische binnenklimaat voorspellen.