Er zijn bij nieuwbouw en verbouwing EPB-eisen van kracht voor isolatie, technische installaties, ventilatie en oververhitting. Bij een nieuwbouwproject of een grondige renovatie worden al deze eisen gebundeld in een E-peil. Afhankelijk van de bestemming, de aarde van de werken en het jaar van de aanvraag van de omgevingsvergunning worden er andere eisen gesteld aan het E-peil en de individuele schildelen en/of installaties.
Het E-peil is een maat voor de globale energieprestatie van het gebouw. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger het gebouw. Per aanwezige functie in het gebouw geldt sinds 2017 voor niet-residentiële gebouwen een andere E-peil eis. Het E-peil voor het gebouw als geheel wordt bepaald als weging op basis van de bruikbare vloeroppervlaktes van de aanwezige functies. Dit wordt de EPN-methode genoemd. Voor een schoolgebouw is bijvoorbeeld een mix van de functies onderwijs, sport en kantoor zeer gangbaar.
Het is sinds 2014 verplicht om een minimum aandeel van de nodige energie te halen uit hernieuwbare bronnen. Een hernieuwbaar energiesysteem gebruikt natuurlijke en onuitputtelijke energiebronnen als wind, zon, water (getijden en golven) en aardwarmte. Het minimumaandeel hernieuwbare energie wordt uitgedrukt als een minimale primaire energiehoeveelheid (kWh) per eenheid bruto vloeroppervlakte (m²) en per jaar. Bij nieuwbouw komt vanaf 2025 enkel nog zonne-energie in aanmerking.
In de EPB-eisentabellen van het Vlaams Energie- en Klimaat Agentschap (VEKA) vindt u per aanvraagjaar terug welke EPB-eisen van toepassing zijn.