valbeveiliging op daken

Onderhoud aan daken of technische installaties op het dak zijn niet zonder valrisico. De meest doeltreffende maatregel om een hoogteval te voorkomen, is voorzien in collectieve beschermingsmiddelen zoals leuningen en aangepaste arbeidsmiddelen (steigers, platformen … ) uitgerust met afgestemde collectieve beveiligingen.

Soms volstaan collectieve beschermingsmiddelen niet om het valrisico te beperken. In dat geval moet worden overwogen gebruik te maken van persoonlijke beschermingsmiddelen. Als er een residuair valrisico blijft bestaan, dient te worden afgewogen of een persoonlijke valbeveiliging nodig is . Bij een residuair valrisico van meer dan twee meter hoogte is het dragen van een persoonlijk valbeveiligingsmiddel verplicht.

Het dragen van een persoonlijk valbeveiligingsmiddel kan het valrisico van een werknemer nooit helemaal uitsluiten, maar het zal in elk geval de gevolgen van die val beperken.

Een valbeveiliging bestaat uit drie onderdelen:

  • een verankeringspunt of bevestigingspunt
  • een gordel of harnas
  • verbindingsmiddelen tussen verankeringspunt en gordel

De werksituatie bepaalt welk type van valbescherming de voorkeur verdient. De ruimte voor vrije val is ook een element waarmee rekening moet worden gehouden.

Lees meer over persoonlijke beschermingsmiddelen op de website van de FOD WASO