De overheid legt geen strikt maximum op in verband met het aantal kinderen dat in een klas mag zitten.
De grootte (en organisatie) van klaslokalen hangt samen met het pedagogische project van de school, hoe er les gegeven wordt, het voorziene gebruik van de lokalen enz...
Om na te gaan hoe lesgegeven wordt, nu en in de toekomst kunnen volgende vragen helpen:
- Hoeveel leerlingen zitten er gemiddeld in de klas?
- Op welke manier wordt lesgegeven: klassikaal, individueel, groepswerk, …?
- Werken leerkrachten klas- of graadoverschrijdend?
- Hoe gebruikt de leerkracht de klas ?
- Waar bergen leerlingen en leerkrachten hun materiaal op?
- Wordt het lokaal ook voor de naschoolse opvang gebruikt?
- Hoe wordt ICT geïntegreerd in de klas?
- Welke (grote) machines of toestellen worden gebruikt in de klas/ateliers (bijv. houtbewerking, grootkeuken, zorg, …) ?
- …
Op de pagina 'leslokalen' geven we enkele gemiddelde richtwaarden voor een klas.
De veiligheid van de kinderen mag nooit in gevaar komen door te veel leerlingen in een te kleine ruimte. Dit bekijkt de onderwijsinspectie tijdens een doorlichting “bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne” (BVH). Te kleine en overbevolkte klassen verminderen ook de luchtkwaliteit. Hierover vindt u meer op de pagina binnenluchtkwaliteit.
Omdat een school een werkplek is, zijn de voorschriften van de Codex over het welzijn op het werk van toepassing voor het personeel (leerkrachten, administratief en ondersteunend personeel) en de zogenoemde ‘gelijkgestelde’ leerlingen. (Gelijkgesteld met werknemers zijn onder andere stagiairs en leerlingen/studenten die een studierichting volgen waarvan het opleidingsprogramma voorziet in een vorm van arbeid die in de onderwijsinstelling wordt verricht.).