Duurzaam waterbeheer bestaat ondermeer uit het gescheiden afvoeren van hemel- en afvalwater en het nuttig hergebruik en het laten infiltreren of bufferen van hemelwater.
Voor hemelwater moet u altijd de regels te volgen van de Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater en VLAREM II. Daarnaast kunnen nog bijkomende stedenbouwkundige verordeningen in uw provincie en/of gemeente van kracht zijn.
De Gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwater werd in 2023 verstrengd naar aanleiding van enkele grootschalige overstromingen enerzijds en langdurige droogteperiodes anderzijds. De focus ligt op het maximaal ter plaatse vasthouden van hemelwater. De verstrengde verordening geldt vanaf 2 oktober 2023, en is van toepassing op vergunningsaanvragen en meldingen die worden ingediend vanaf die datum. Op omgevingsvergunningsaanvragen of meldingen die ingediend zijn voor 2 oktober 2023 geldt nog de vroegere hemelwaterverordening van 2016.
De verordening verplicht de aanleg van een of meerdere van de volgende voorzieningen:
Het regenwater moet altijd volgende volgorde te respecteren cfr. de ladder van Lansink zoals opgenomen in VLAREM II:
Er is geen aansluitplicht voor regenwater. Ook voor bestaande gebouwen beoogt men om regenwater zolang mogelijk op eigen terrein te houden door natuurlijke afvloei of infiltratie, mogelijkheid tot hergebruik en pas in laatste instantie de aansluiting op openbaar domein.