U bent hier

fysische normen

De fysische normen uit het normenbesluit ‘fysische en financiële normen’ bepalen de globale maximale bruto-oppervlakte waar een school recht op heeft voor subsidiëring voor de nieuwbouw en renovatie van de infrastructuur (per vestigingsplaats). Hierbij worden de oppervlaktes van de bestaande gebouwen in rekening gebracht, eventueel mits een weging op basis van de ouderdom van deze gebouwen. De norm geeft dus een maximum enveloppe aan m² die in aanmerking komen voor subsidiëring. Een schoolgebouw mag uiteraard kleiner of groter gebouwd worden, maar bijkomende m² komen niet in aanmerking voor subsidies.

290.JPG

Het normenbesluit omvat fysische normbepalingen voor:

  • het basisonderwijs, gebaseerd op leerlingenaantallen
  • het (deeltijds) secundair onderwijs, gebaseerd op leerlingenaantallen en lestijden
  • de lokalen voor de lichamelijke opvoeding in het basisonderwijs en (deeltijds) secundair onderwijs
  • het buitengewoon onderwijs, afhankelijk van het type
  • omgevingswerken met bepalingen voor open en overdekte speelplaatsen, parking en fietsenberging
  • internaten, CLB’s, het deeltijds kunstonderwijs, en het volwassenenonderwijs.

De commissie van deskundigen behandelt op vraag van AGION en het GO! afwijkingen op het normenbesluit.

Volgende dossiers moeten altijd voor advies aan de commissie van deskundigen worden voorgelegd:

  • alle dossiers met betrekking tot volwassenenonderwijs;
  • alle nieuwbouw of uitbreiding van internaten en voor deeltijds kunstonderwijs; 
  • alle nieuwbouw van lokalen praktijkvakken zonder eigen normen in het secundair onderwijs, zoals o.a. serres, praktijklokalen rundveehouderij...

Via het aanvraagformulier kan je een simulatie doen van jouw fysische normberekening. Je moet hiervoor een aantal gegevens in vullen (o.a. het leerlingenaantal, bruto-oppervlaktes bestaande gebouwen, bouwjaren van de bestaande gebouwen enz.).

Tellingsdatum

Om de maximale bruto-oppervlakte te berekenen waarop de vestigingsplaats recht heeft, komt alleen de schoolbevolking in aanmerking op basis waarvan het huidige aantal ambten voor de instelling is vastgesteld.

Op het moment dat AGION een principiële beslissing neemt (= goedkeuring van het bouwprogramma), moet de tellingsdatum betrekking hebben op het schooljaar dat volledig voorafgaat aan de datum van de beslissing, of op een recenter schooljaar.

Richtlijnen voor de berekening van de bruto-oppervlakte

Onder de bruto-oppervlakte van een gebouw wordt verstaan: het geheel van de bruto-oppervlakten van alle vloerniveaus.

De vloerniveaus zijn de verdiepingen die geheel of gedeeltelijk onder de grond zijn gebouwd, de bovengrondse verdiepingen en de verdiepingen voor technische installaties.

De bruto-oppervlakte van ieder vloerniveau wordt bepaald door de buitenomtrek van de gebouwdelen die het gebouw begrenzen ter hoogte van de vloer. De oppervlakte van de trappen, de liften en de installatiekokers moet op ieder vloerniveau tot de bruto-oppervlakte worden gerekend.

De volgende ruimten mogen niet bij de vloeroppervlakte gerekend worden:

  • de kruipruimten tussen de gelijkvloerse verdieping en het onderste niveau van het gebouw;
  • de dakverdiepingen, de zolders en de kelders die niet als bruikbare lokalen kunnen worden ingericht;
  • de technische holle ruimten, tenzij die volledig afgewerkt zijn, deel uitmaken van het gebouw en een vrije hoogte hebben van ten minste twee meter;
  • de uitwendige noodtrappen;
  • de openingen en holle ruimten van meer dan vier m².

Bij bestaande en te behouden gebouwen die opgericht zijn:

  • vóór 1 januari 1920, wordt 70% van hun oppervlakte bij de bruto-oppervlakte gerekend;
  • tussen 1 januari 1920 en 31 december 1969, wordt 90% van hun oppervlakte bij de bruto-oppervlakte gerekend.