De eerste stap in een geslaagd bouwproces bestaat er dus uit om, vanuit het pedagogisch project van de vestiging, de behoeften en ambitie van de inrichtende macht te vertalen naar een ruimtelijke behoefte. Deze vertaling dient te gebeuren binnen een geheel van randvoorwaarden waarbinnen het project kadert. Deze randvoorwaarden vormen samen met de projectdefinitie en enkele bijlagen (stedenbouwkundige instrumenten, opmetingsplannen, vergunningsplannen, …) het basisdossier.
Alle scholen opgenomen in de investeringslijst ontvingen ondertussen het modeldocument voor de opmaak van het basisdossier.
Aangezien de definitieve start van het DBFM-programma in zicht komt, wordt aan de geselecteerde scholen gevraagd om hun oorspronkelijk ingediende bouwprogramma te actualiseren. Dit met het oog op de controle van de oppervlaktenormen. De basisvereiste is nog steeds dat de totale oppervlakten na uitvoering van de werken (bestaande en te behouden oppervlakte + nieuwe oppervlakte) voldoen aan de fysische normen.
Van zodra de DBFM-vennootschap operationeel is, worden de projecten van de investeringslijst gecontacteerd voor het doorlopen van een voortraject. De 1e stap in dit voortraject is de initiatiefase waarin onder andere de projectdefinitie wordt vastgelegd. De projecten van de investeringslijst ontvangen reeds bij aanvang van het voortraject een raming van de beschikbaarheidsvergoeding, waarbij er ook een aantal uitstapmogelijkheden zijn voorzien. Na het doorlopen van de procedure voor het aanstellen van een ontwerper, de fase van de voorstudie en de fase van het voorontwerp, wordt de vergunningsaanvraag ingediend. Op het einde van dit voortraject zal het Individueel DBFM-contract afgesloten worden tussen de Inrichtende Macht en de DBFM-vennootschap.
|