agion - Home  
Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs
DIGO - Home
info voor ontwerpers > veiligheid en hygiëne > brandveiligheid
brandveiligheid

De wettelijke bepalingen inzake de brandveiligheid in schoolgebouwen werden samengebracht in de NBN met als referentie NBN S21-204. Deze NBN-normen worden opgesteld en uitgegeven door het Belgisch Instituut voor Normalisatie.

Alle nieuw op te richten gebouwen moeten ook beantwoorden aan de voorschriften van het KB van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing (BS 26/04/1995), gewijzigd bij KB van 18 december 1996 (BS 31/12/ 1996) en 19 december 1997 (BS 30/12/1997). .

Het lastenboek en de plannen dienen te voldoen aan het advies en de opmerkingen van de plaatselijke brandweer.

Enkele algemeenheden

Uitgangswegen en ontruiming:

Plaats, verdeling en breedte:

  • De plaats, de verdeling en de breedte van de trappen, uitgangswegen, uitgangen, deuren en wegen die er naartoe leiden, moeten een snelle en gemakkelijke ontruiming van de personen toelaten.
  • De breedte van de trappen, uitgangswegen en wegen is minstens 80 cm. Deze breedte mag 70 cm bedragen in de vóór 1 juni 1972 bestaande gebouwen.
  • De totale breedte der uitgangswegen, uitgangen, deuren, en wegen moet minstens gelijk zijn in cm aan het aantal personen die ze moeten gebruiken.
  • Het belemmeren van doorgangen door voorwerpen is verboden.

Deuren en nooduitgangen:

  • De minimumbreedte is 70 cm, 80 cm voor de uitgangswegen.
  • Deuren van nooduitgangen moeten in de richting van de uitgang opendraaien.
  • Deze deuren moeten door iedereen die ze in geval van nood zou moeten gebruiken, gemakkelijk en onmiddellijk kunnen worden geopend.
  • Schuifdeuren en draaideuren mogen niet als nooduitgang gebruikt worden.
  • Aantal uitgangen: 2 voor lokalen en verdiepingen waar min. 100 personen vertoeven; 3 voor lokalen en verdiepingen waar min. 500 personen vertoeven.
  • Rf-Deuren (Brandwerende deuren): Er moet voldaan worden aan het ministerieel besluit van 5 mei 1995 (BS 25 mei 1995) tot vaststelling van de voorwaarden en procedure inzake de erkenning van plaatsers van brandwerende (Rf)-deuren. Sinds 26 mei 1995 dienen alle Rf-deuren (Benor-ATG geattesteerde brandwerende deuren), zoals bepaald in het KB van 7juli 1994, geplaatst te worden door een erkende plaatser, hun identificatienummer moet op de deurvleugel worden aangebracht.

Trappen

  • De minimumbreedte is 80 cm, 70 cm voor gebouwen van vóór 1 juni 1972.
  • De trappen in dalende richting hebben een breedte in cm gelijk aan het aantal personen die ze moeten gebruiken x 1,25 en in stijgende richting gelijk aan het aantal personen die ze moeten gebruiken x 2.
  • Het berekenen van de breedten is gesteund op de veronderstelling dat alle personen van één verdieping deze verdieping ontruimd hebben.
  • Aantal trappen: 2 voor lokalen en verdiepingen waar min. 100 personen vertoeven; 3 voor lokalen en verdiepingen waar min. 500 personen vertoeven.
  • Hellende vlakken met helling groter dan 10 % en roltrappen worden niet in aanmerking genomen bij het berekenen van het aantal en de breedte.
  • Voor gebouwen bestaand vóór 1 juni 1972 mogen buitentrappen of buitenbrandladders aangebracht worden indien het materieel onmogelijk is dit binnen het gebouw in te richten.

Borstweringen

De borstweringen aan de overlopen van de trappen en de bordessen moeten (volgens art 40 van het ARAB) minstens 100 cm hoog zijn. Volgens NBN B 03-103 voor openbare gebouwen wordt geadviseerd de hoogte van de borstweringen op 120 cm te brengen. Het geheel van de borstwering en de trapleuning moet zo ontworpen worden dat er nergens een opening is waar een bol met een middellijn van 100 mm door kan.

 

print
contact
FAQ
home
links
zoek
disclaimer
logo