agion - Home  
Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs
DIGO - Home
info voor ontwerpers > energieprestatieregelgeving
energieprestatieregelgeving

Algemene Energieprestatieregelgeving

Het Vlaamse Gewest voert vanaf 1 januari 2006 een energieprestatieregelgeving in en vervangt hiermee de bestaande isolatieregelgeving, dit alles in uitvoering van de Europese Commissie die begin 2003 een richtlijn heeft gepubliceerd die de lidstaten verplicht om tegen 4 januari 2006 initiatieven te nemen zodat de energieprestaties van gebouwen verbeteren.

Wat is de energieprestatie van een gebouw?

De energieprestatie van een gebouw drukt uit hoe een gebouw presteert op vlak van energieverbruik. Het energieverbruik van een gebouw hangt af van:

  • de geleidingsverliezen (afhankelijk van de thermische isolatie), 
  • de ventilatieverliezen, 
  • de interne warmtewinsten, 
  • de zonnewinsten, 
  • het rendement van de verwarmingsinstallatie, 
  • het rendement van de warmwaterproductie, 
  • het rendement van de koelinstallatie (bij grote gebouwen), 
  • de verlichtingsinstallatie (bij niet-woongebouwen), 
  • eventuele zonne-energiesystemen.

Bij het berekenen van de energieprestatie van een gebouw wordt het totale energieverbruik (van het gebouw en de vaste installaties) omgerekend naar het primaire energieverbruik, rekening houdend met de gebruikte energiedragers (stookolie, aardgas, elektriciteit …) van het gebouw. In vergelijking met een referentiewaarde van primair energieverbruik levert dit het E-peil van het gebouw op.

Door maximumeisen te stellen aan het E-peil wordt het energieverbruik van het gebouw beperkt.

Welke gebouwen moeten vanaf 2006 aan EPB-eisen voldoen?

Het energieprestatiebesluit legt eisen op aan alle nieuwe gebouwen en aan alle bestaande gebouwen die verbouwd, uitgebreid,… worden op voorwaarde dat: 

  • het gebouw verwarmd of gekoeld wordt voor mensen die er wonen, werken, winkelen, sporten, … 
  • er voor de werken een stedenbouwkundige vergunning aangevraagd wordt na 1 januari 2006.

Naast eisen voor woongebouwen zijn er eisen voor kantoren, scholen, industriële gebouwen, handelszaken, horeca, sportfaciliteiten …


Welke EPB-eisen worden opgelegd?

De eisen zijn afhankelijk van: 

  • de bestemming van het gebouw (wonen, kantoor, sport, industrie,..), 
  • de aard van de werken (nieuwbouw, verbouwing, functiewijziging,…).

Het Energieprestatiebesluit legt 3 soorten eisen op: 

  • strengere thermische isolatie-eisen (maximaal K-peil en U-waarden), 
  • energieprestatie-eis (maximaal E-peil per eenheid), 
  • binnenklimaateisen onder de vorm van minimale ventilatievoorzieningen en het beperken van het risico op oververhitting ’s zomers in woongebouwen, dit om in de gebouwen steeds een goede binnenluchtkwaliteit te waarborgen.

Overzicht van de eisen voor nieuwbouw, herbouw van een bestaand gebouw na volledige afbraak, grondige renovatie van een bestaand groot gebouw, uitbreiding van een gebouw of een herbouw van een deel van een gebouw na afbraak, met een beschermd volume dat groter is dan 800 m3 of dat minstens één wooneenheid bevat

Kantoren en scholen

Thermische isolatie max. K45 en Umax
Energieprestatie max E100
Binnenklimaat minimale ventilatievoorzieningen (niet residentieel)

Overzicht van de eisen voor kleinere werkzaamheden aan bestaande gebouwen

Eisen bij een uitbreiding van een gebouw of herbouw van een deel van het gebouw na afbraak, met een beschermd volume dat kleiner is dan of gelijk aan 800 m3 en dat geen wooneenheden bevat:

  • maximale U-waarden voor de constructieonderdelen van de uitbreiding of van het herbouwde deel, 
  • minimale ventilatievoorzieningen in de uitbreiding of in de herbouw.

Eisen bij een verbouwing

  • maximale U-waarden voor de verbouwde en de nieuwe delen, 
  • minimale toevoeropeningen voor ventilatie aan te brengen in de ruimten waar ramen vervangen worden.

Eisen bij een functiewijziging van onverwarmd gebruik naar verwarmd gebruik ten behoeve van mensen of voor een functiewijziging van industrie naar wonen, kantoren of scholen, als het beschermd volume van de functiewijziging groter is dan 800 m3: 

  • maximaal K65-peil, 
  • minimale ventilatievoorzieningen, afhankelijk van de bestemming van het gebouw (zie tabel).

Vrijstellingen en afwijkingen

  • werkzaamheden aan kleine gebouwen (< 3000 m3), waarvoor een stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd zonder de tussenkomst van een architect, zijn vrijgesteld van EPB-eisen, 
  • een nieuw te bouwen woon-, kantoor- of schoolgebouw (of gelijkgestelde werkzaamheden bij deze bestemmingen), waarvoor de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning wordt ingediend van 1 januari 2006 tot en met 30 juni 2006, bestaat de mogelijkheid om te voldoen aan maximum K45 of aan maximum E100 (in combinatie met de beperking van het risico op oververhitting bij woongebouwen). De eisen van maximale U-waarden en minimale ventilatievoorzieningen zijn voor deze aanvragen wel van toepassing. 
  • beschermde monumenten en bestaande gebouwen die in een beschermd stads- of dorpsgezicht of in een beschermd landschap liggen, gelden enkel eisen bij uitbreiding van het gebouw en bij herbouw van het gebouw of van een deel van het gebouw,

Ga naar energieprestatieregelgeving voor meer informatie.

Decreet betreffende energieprestaties in scholen

Op 7 december 2007 verleende het Vlaams Parlement zijn goedkeuring aan het decreet betreffende energieprestaties in scholen.

Welke EPB-eisen worden opgelegd?

Vanaf 1 januari 2008 moeten alle nieuwbouw of verbouwingswerken waarvoor een maximaal peil van primair energieverbruik E100 geldt voor de onderwijsinstellingen, centra voor leerlingenbegeleiding of internaten, een peil van primair energieverbruik hebben dat niet hoger is dan een peil van E70.

Subsidiëring E70

De extra investeringskost om van een E100 naar E70 te gaan wordt voor 100% gesubsidieerd. Dit geldt ook voor de geselecteerde projecten die gerealiseerd zullen worden via DBFM. 

  • Voor de reguliere subsidiëring bedraagt deze eenmalige toelage: 
    • voor projecten van het basisonderwijs in het gesubsidieerd onderwijs: 6,3 euro per vierkante meter bruto-oppervlakte; 
    • voor projecten in het gesubsidieerd onderwijs van andere onderwijsniveaus dan het basisonderwijs, internaten en centra voor leerlingenbegeleiding: 8,4 euro per vierkante meter bruto-oppervlakte.
  • Voor de scholenbouwprojecten die gerealiseerd worden in het kader van het decreet van 7 juli 2006 betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur, bedraagt deze periodieke toelage: 
    • voor projecten van het basisonderwijs in het gesubsidieerd onderwijs: 30% van de toename van de beschikbaarheidsvergoeding tengevolge van de meerkosten die voortvloeien uit een peil van primair energieverbruik dat overeenstemt met een peil van E70; 
    • voor projecten in het gesubsidieerd onderwijs van andere onderwijsniveaus dan het basisonderwijs, internaten en centra voor leerlingenbegeleiding: 40% van de toename van de beschikbaarheidsvergoeding tengevolge van de meerkosten die voortvloeien uit een peil van primair energieverbruik dat overeenstemt met een peil van E70.
      De in dit  punt bedoelde meerkosten worden gelijkgesteld aan 21 euro per vierkante meter bruto-oppervlakte.
  • Alle voornoemde bedragen zijn vastgesteld op 1 januari 2007 en exclusief de belasting op de toegevoegde waarde en de algemene kosten. Deze bedragen worden vanaf die datum geïndexeerd.

Welke zijn de criteria voor passiefhuisstandaard?

Voor de passiefhuisstandaard dient men ten minste te voldoen aan de volgende criteria:

  • een netto energiebehoefte voor verwarming ≤ 15 kWh/m².jaar;
  • een netto energiebehoefte voor koeling ≤ 15 kWh/m².jaar; 
  • een luchtdichtheid (n50-waarde) ≤ 0,6 h-1; 
  • een maximaal E-peil van E55.

Subsidiëring passiefhuisstandaard

De extra investeringskost die voortvloeit uit het bereiken van het energieverbruik volgens de passiefhuisstandaard wordt voor 100% gesubsidieerd. Dit geldt alleen voor de geselecteerde projecten die gerealiseerd zullen worden volgens de reguliere financiering of via DBFM.

  • Voor de reguliere subsidiëring bedraagt deze eenmalige toelage: 
    •  voor projecten van het basisonderwijs in het gesubsidieerd onderwijs: 70,5 euro per vierkante meter bruto-oppervlakte; 
    • voor projecten in het gesubsidieerd onderwijs van andere onderwijsniveaus dan het basisonderwijs, internaten en centra voor leerlingenbegeleiding: 94 euro per vierkante meter bruto-oppervlakte. 
  • Voor deze projecten die terzelfdertijd scholenbouwprojecten zouden zijn die gerealiseerd worden in het kader van het decreet van 7 juli 2006 betreffende de inhaalbeweging voor schoolinfrastructuur, bedraagt deze periodieke toelage: 
    • voor projecten van het basisonderwijs in het gesubsidieerd onderwijs: 30% van de toename van de beschikbaarheidsvergoeding tengevolge van de meerkosten die voortvloeien uit het in §1 van artikel 13bis van deze wet bedoelde energieverbruik; 
    • voor projecten in het gesubsidieerd onderwijs van andere onderwijsniveaus dan het basisonderwijs, internaten en centra voor leerlingenbegeleiding: 40% van de toename van de beschikbaarheidsvergoeding tengevolge van de meerkosten die voortvloeien uit het in §1 van artikel 13bis van deze wet bedoelde energieverbruik.
      De bedoelde meerkosten worden gelijkgesteld aan 235 euro per vierkante meter bruto-oppervlakte. 
  • Alle voornoemde bedragen zijn vastgesteld op 1 januari 2007 en exclusief de belasting op de toegevoegde waarde en de algemene kosten. Deze bedragen worden vanaf die datum geïndexeerd.


print
contact
FAQ
home
links
zoek
disclaimer